Joren van Veen | Groningen | GroenLinks-PvdA | Nr 4
- Redactie

- 5 dagen geleden
- 1 minuten om te lezen
Als heteroseksuele cis-man ben ik waarschijnlijk de uitzondering op deze lijst (maar dat is ook wel eens goed om te ervaren). Toch zijn de rechten van de LHBTQI+-community één van mijn politieke drijfveren. Ik ben namelijk opgegroeid in een regenbooggezin, met twee lesbische moeders en een oudere broer (van dezelfde anonieme spermadonor). Eigenlijk een heel normaal, liefdevol, warm gezinnetje.
Toch werd het gezin als de onze door een deel van de buitenwereld als een bedreiging gezien, iets wat ik als kind, en eigenlijk nog steeds, niet kan begrijpen. Wat is erop tegen als twee mensen die van elkaar houden bij elkaar willen zijn en een gezin willen vormen? Waarom zouden we drempels opwerpen?
Hoezo duurde het tot 2014 voordat mijn niet-biologische moeder mij ook kon erkennen?
Met deze vragen werd er bij ons thuis dan ook veel over politiek gesproken. De verhalen uit de vrouwenbeweging van de jaren ’80 werden enthousiast gedeeld. Hierdoor werd ik me bewust van het feit dat mijn broer en ik er überhaupt zijn, een direct gevolg is van de homo-emancipatiebeweging en ‘de politiek’ die deze roep naar verandering verankerde in wetten en regels. Het liet me zien dat verandering mogelijk is, dankzij doorzettingsvermogen, solidariteit en verbondenheid.
Dit motiveert mij enorm om me in te zetten voor de beweging naar een eerlijkere samenleving. Een blauwe maandag heb ik dan ook voorlichting gegeven bij het COC en als raadslid zet ik me in voor een eerlijk Groningen.
Een Groningen waar we diversiteit als kracht zien, niet als bedreiging.

